Ze was de jongste procureur des Konings, en sinds 2023 is Ine Van Wymersch de eerste nationaal drugscommissaris van ons land. Samen met MEDIV-medezaakvoerder Anouk Moors volgde ze zo’n twintig jaar geleden een opleiding tot erkend bemiddelaar. Wat betekent leiderschap voor Ine Van Wymersch, en hoe komt bemiddeling van pas in jobs met zo’n grote verantwoordelijkheid?
In 2016 werd je verkozen als “Woordvoerder van het Jaar”. Wat waardeerde de jury specifiek aan je aanpak?
Ine Van Wymersch: Na de bloedige aanslagen in de Brusselse metro en de nationale luchthaven in maart datzelfde jaar, was ik woordvoerder voor het federaal parket voor alle slachtoffergerelateerde aangelegenheden. Ons idee was dat de communicatie naar nabestaanden toe om een menselijker toon vroeg, zeker als het ging over de identificatie van de slachtoffers, het teruggeven van persoonlijke spullen. Over de voortgang van het onderzoek wilden we niet puur technisch berichten, het devies “geen commentaar” vond ik geen optie. Daarom koos ik ervoor om het woord rechtstreeks aan de experten te geven. Ik liet bijvoorbeeld een forensisch tandarts uitleggen hoe zij te werk gaan bij identificatieonderzoek. Er was veel duiding nodig in die hectische periode om mensen het vertrouwen in de overheid niet te laten verliezen. Zonder het geheim van het onderzoek te schenden, legden we uit wat we aan het doen waren. We maakten ook duidelijk waarom we over bepaalde aspecten juist niet communiceerden. Dat bleek vrij ongebruikelijk te zijn op dat moment. Net die procescommunicatie is met de woordvoerdersprijs erkend, en ik merk hoe het navolging krijgt bij andere magistraten.
Sinds 2023 ben je nationaal drugscommissaris, een functie die nog niet bestond. Hoe pak je zo’n enorm vertakt probleem aan, en dat op een resultaatgerichte manier?
Ine Van Wymersch: Ik vertrok van een wit blad, wel beladen met enorme verwachtingen om het tij te keren. Het voordeel van deze functie is mijn mandaat om over sectoren heen breed samen te werken, om een draagvlak te creëren vanuit verschillende bevoegdheden. Consistent drugsbeleid is niet alleen een kwestie van handhaving en preventie, maar ook van huisvesting, asiel en migratie, armoedebestrijding, onderwijs, gezondheid... Investeren in dat gemeenschappelijk narratief is niet makkelijk, maar het loont.
De techniek die ik gebruik om met beleidsmakers, burgers en organisaties tot nieuwe oplossingen te komen? Hun verbeelding aanspreken. Dat is een zwaar onderschat vermogen, dat heb ik ook gemerkt in de bemiddelingsopleiding. Ook als bemiddelaar krijg je mensen in een empathische houding door te zeggen: “beeld je nu eens in dat...”. Aan elk van de betrokken partijen vraag ik dus hun verbeelding te gebruiken om op de vraag te antwoorden wat voor samenleving ze echt willen. Hoe stellen ze zich een geslaagd drugsbeleid voor? Die inleving schept andere mogelijkheden en nieuwe oplossingen.
Het is absurd om volledig te focussen op de druggebruiker met als idee dat wanneer er geen gebruikers meer zijn, de markt in elkaar zal storten. Dat klopt ten eerste economisch niet. Ten tweede is er überhaupt nog nooit in de geschiedenis een samenleving geweest zonder gebruikers van roesmiddelen. Dan moet je de vraag stellen welk probleem je wil oplossen. Want “Drugsproblematiek” betekent iets anders voor de geliefde van een zwaar verslaafde druggebruiker dan voor een omwonende die te maken krijgt met dealergeweld in de buurt. Met een gedeelde verbeelding van waar we naartoe willen, kan je het debat aangaan. Welke kwestie leggen we op tafel, waarrond willen we de krachten bundelen? In dit geval is dat het terugdringen van de impact van de georganiseerde bendecriminaliteit, via een holistische strategie.
Is er een persoonlijke leidraad die je in gedachten houdt bij het nemen van beslissingen?
Ine Van Wymersch: “Ik ben niet de norm”, daar herinner ik mezelf vaak aan. Het gaat niet over mij en ik weet het ook niet allemaal. Ik ben me ervan bewust dat ik een bepaalde bril opheb, die van een witte vrouw uit de middenklasse. Dat betekent dat ik moet doorvragen om zicht te krijgen op een bepaalde situatie. Dat gebiedt de nederigheid om echt goed te luisteren en me dan in een dienstverlenende rol te plaatsen. Dat wil daarom niet zeggen dat je beslissingen vertraagt of over alles een werkgroep organiseert, want vaak moet het snel en doortastend gaan. Maar de basishouding van niet-weten doet tot veel beter inzicht komen.
Wordt dat na verloop van tijd een automatische beslissingsstijl, of moet je daar actief alert op blijven?
Ine Van Wymersch: Het vraagt een permanente alertheid, omdat je nooit neutraal of niet-geïmpacteerd in het leven staat. Telkens weer doe ik die oefening; even alle aannames opzijzetten en met een open blik naar de situatie kijken. Het vergt veel zelfreflectie en bewustzijn van privileges.
Wie gelooft geen bril op te hebben, mist vaak de kern. Zelfkennis is essentieel om een betrouwbare actor te zijn binnen justitie, het vereist blijvende zelfbevraging. Op een bepaald moment in je leven, naarmate je opklimt, word je amper nog gecorrigeerd. Ik waardeer het daarom echt om feedback of input te krijgen waarbij mensen me challengen, me in de spiegel doen kijken. Je leest het in alle managementboeken: omring je niet met alleen jaknikkers. Toch doen veel mensen het wel. Op het moment dat je organisatie in een storm zit, is een slimmerik die de kritische tegenstem speelt de eerste die je door het raam zou willen kegelen. Maar je hebt die tegenstemmen nodig om duurzaam vooruit te gaan, om boven jezelf uit te stijgen.
Ben je zelf ook zo’n tegenstem?
Ine Van Wymersch: Ik probeer wel die rol op te nemen voor mijn team, het behoort tot mijn taak als leidinggevende. Vragen als “wat maakt dat je dit nu zegt?” of “hoor ik je dat dan zeggen?” zorgen ervoor dat mensen zelfverzekerder in het overleg staan. Ze hebben hun argumentatie immers goed doordacht. Op die manier kan je ook de leiding in een gesprek houden. Dat is nog zoiets dat ik dat echt tijdens mijn bemiddelingsopleiding heb geleerd.
We werken binnen een team niet alleen met experten. Je kan niet met out of the box oplossingen komen, als je je alleen met mensen uit je eigen kring omringt. Je hebt altijd een uitdager nodig, iemand die de vragen voorlegt die de maatschappij zou stellen. Zo iemand is een toetssteen voor haalbaarheid en communicatie.
Anderzijds, wanneer je zelf die rol van uitdager opneemt, word je als vrouw snel weggezet als “de moeilijke”. Een man die het niet eens is, is een man “met een mening” of “met expertise”. Een vrouw die het niet eens is, kan “geen kritiek verdragen” of “doet lastig”. Eerlijk gezegd heb ik nog geen goede manier gevonden om daarmee om te gaan. Het is de stereotype threat waar je moeilijk aan kan ontsnappen, waartoe je je moet verhouden. Je anticipeert door bijvoorbeeld je stem niet te verheffen op een vergadering, om niet weggzet te worden als de hysterische bitch. Ik probeer dan juist heel rustig bij mijn standpunt te blijven en zo het tegendeel te bewijzen.
Je aanpak heeft in het begin op weerstand gestuit. Hoe blijf je toch geconnecteerd en zorg je dat alle betrokken partijen elkaar niet loslaten?
Ine Van Wymersch: De wereld is complex. Waar wij ons op toeleggen is niet evident, maar toch kan je verbinding blijven opzoeken. Net door alle kanten te belichten, krijg je een andere invulling van neutraliteit, namelijk meerzijdige partijdigheid. Om die verbinding aan te gaan helpt het om te tonen hoe je in het leven staat, hoe je probeert die rol in te vullen die je vanuit de samenleving hebt gekregen. Het gaat niet om mij als persoon, maar ik laat iets van mezelf zien. Je kan de gesprekspartner zo benaderen door een houding aan te nemen die uitstraalt: “Ik zie en hoor wat je zegt, maar ik heb wel mijn kader waarin ik functioneer”. Dat wil zeggen dat je die twee niet tegenover mekaar stelt, maar wel dat we best samen door een deur gaan. Het uiteindelijke doel is om tot een gedragen beslissing te komen van iedereen: overheid, maatschappij, dader, slachtoffer.
Je hebt in 2025 ook de Etion Leadership Award gewonnen. Hoe was dat?
Ine Van Wymersch: Zo'n prijs komt onverwacht, je mag de impact ervan niet onderschatten. Het dwingt je even stil te staan bij de weg die we hebben afgelegd. Het maakt me vooral blij dat de inspanningen die je levert, wel gezien en gewaardeerd worden, zeker als je weet dat prijs naar verschilmakers ging. Als leidinggevende loop je sowieso vooraan, waardoor je de indruk kan krijgen dat je dat alleen doet. Ik ben geen Einzelgänger, ik heb echt mensen rond mij nodig. Dankzij zo’n prijs zie je: we zijn niet alleen, we hebben veel medestanders. Dat doet goed want het vergt veel energie om de boel te trekken, dat gaat niet zonder slag of stoot.
Zijn er leiders naar wie je opkijkt?
Ine Van Wymersch: Mensen die heel welbespraakt zijn, die zeer bewust omgaan met woord en lichaamstaal, daar leer ik van. Maar het gaat om meer dan retorische vaardigheden, ook inhoudelijk moet er een link en bevlogenheid zijn. Mensen die gaan voor hun passie, voor dat waarin ze geloven, die bereid zijn om bepaalde keuzes te maken en daar de gevolgen van dragen, zulke persoonlijkheden inspireren. Ik denk aan iemand als Alain Remue die met de Cel Vermiste Personen ook from scratch begon. Hij heeft bij de politie het team rond zich geschaard waarvan iedereen deel wou uitmaken. Ik voel dat zijn manier van leidinggeven dicht ligt bij wat ik probeer te doen: samen concrete doelen bereiken en mensen beter maken, ze optillen zonder af te breken noch te vleien, door eerlijke, authentieke feedback te geven. Ik droom ervan dat mensen die met me samenwerken de kans krijgen om boven zichzelf uit te stijgen. Wanneer je dat kan waarmaken lijkt me je job als leidinggevende geslaagd.
Dit artikel verscheen in het MEDIVmagazine #2.
U kunt het MEDIVmagazine gratis bestellen in onze boekenwinkel.

